De handbalvoorzitter

“Het ziet er naar uit dat men binnenkort een eigen handbalvereniging zal hebben in Hardenberg”, stond te lezen in Het Noord-Oosten van dinsdag 12 januari 1971.
Er was een voorlopig comité, bestaande uit de heren John Zuidema, Rines Groothuismink en Ben Lammers, dat inmiddels was uitgebreid met twee damesleden: Marleen Bos van de Zwaluwstraat en Lenie Nijland uit Venebrugge. Een week later werd in Zaal Nijhoving, waar nu de HEMA is te vinden, Hardenberg’71 opgericht. Bij die goed bezochte oprichtingsvergadering waren ook aanwezig de sportconsulent Siemons en de vertegenwoordiger van de afdeling Twente van het Nederlands Handbal Verbond, Egbert Stokkentreeff.

Siemons was blij met de nieuwe vereniging, vertelde hij. Er was al een handbalveld op het gloednieuwe sportpark De Boshoek en als straks sporthal De Meet klaar zou zijn kon er ook binnen gespeeld worden. Dat laatste was niet onbelangrijk, want veldhandbal van 11 tegen 11 werd steeds meer verdrongen door zaalhandbal van 7 tegen 7.

HVH’71 zou spelen in de afdeling Twente, tegen clubs uit Langeveen, Geesteren, Vasse en Wierden. Spelen in de afdeling Twente zou betekenen spelen op zondag, wat nogal bijzonder was in het overwegend protestantse Hardenberg. Een groot deel van de vergadering werd besteed aan de hoogte van de contributie (zes gulden per maand voor senioren) en aan de clubkleuren (oranje shirt, zwarte broek stelde het bestuur voor, maar die zwarte broek werd tijdens de vergadering gewijzigd in een groene).

Chef-badmeester
Ben Lammers was de eerste voorzitter, maar dat was van korte duur want een jaar later werd de nieuwe badmeester Marcel Oranje voorzitter. Deze chef-badmeester uit Schiedam, die samen met de latere klepperman Hendrik Jan Moeken onder leiding van bedrijfsleider Theo van Weert het nieuwe overdekte zwembad De Marsch bestierde, moet veel indruk hebben gemaakt, want bij zijn afscheid in december 1976 werd hij tot erevoorzitter benoemd.

Op deze foto uit 1975 ontvangt voorzitter Oranje een handbal uit handen van Wim Hagedoorn, voorzitter van de Sportraad Hardenberg. Dat gebeurde tijdens een receptie omdat drie teams kampioen waren geworden. Over zijn komst naar Hardenberg zei hij het volgende:
“Als 21-jarig mannetje kon ik in Hardenberg chef-badmeester worden. Dat kwam prima uit met de opleiding die ik toen volgde. Ik werkte destijds in Oud-Beijerland en volgde de opleiding Sportmanagement. Hardenberg kwam op mijn pad. Ik trouwde, we pakten onze spullen en samen gingen we naar het oosten, weg van de westerse hectiek en een mooie stap in de carrière die ik voor ogen had, namelijk manager van sportaccommodaties worden.”

Terug naar Zuid-Holland
Na vijf jaar is Marcel Oranje toch weer naar het westen teruggekeerd. “Ik was klaar met mijn studie en in Hardenberg waren voor mij geen groeimogelijkheden. Ik heb gesolliciteerd in Brielle als Bedrijfsleider overdekte accommodaties. Daartoe behoorden het zwembad, de sporthal en enkele gymlokalen. Brielle is geen hectische stad in het westen maar een historische plaats op een Zuid-Hollands eiland, voor ons een prima plek.”

Marcel Oranje was niet alleen voorzitter, hij was ook spelend lid, zoals veel leden van HVH’71 een dubbele of zelfs drievoudige taak hadden. Het was een kleine vereniging die met moeite het hoofd boven water kon houden, hoewel met name aan de schoolhandbaltoernooien massaal werd deelgenomen. Uiteindelijk is aan het eind van het seizoen 1999-2000 de handdoek in de ring geworpen. Te weinig spelers, te hoge kosten en te weinig inkomsten.
Twintig jaar later is Hardenberg nog steeds een witte vlek op de handbalkaart, terwijl in veel kleinere plaatsen in Drenthe en Twente bloeiende verenigingen bestaan. Misschien is het tijd voor een herstart.