Het commiezenhuis

Koning Joram van Juda was een vorst waarvan men zei: “Hij ging heen zonder begeerd te worden.” Er werd geen traan om hem gelaten toen hij stierf, want het was geen best mens. In een artikel in het Salland’s Volksblad van februari 1917 schreef de journalist over deze Joram, in verband met de vaak gedwongen verhuizingen van directeuren van postkantoren, predikanten en commiezen. Van sommigen werd het vertrek betreurd, van anderen toegejuicht.

Een commies was een administratieve ambtenaar, maar in het spraakgebruik vooral verbonden met ambtenaren bij de belastingen of de douane. In de gemeenten Gramsbergen en Hardenberg bestond een groot deel van hun werk uit het opsporen van smokkelaars. Om niet te veel verbonden te raken met de streek en de bewoners moesten ze vaak verhuizen. En vanwege de aard van hun werk was het vaak net als met koning Joram: ze werden niet feestelijk uitgezwaaid.

Opsporen van smokkelaars
In de lokale kranten lees je vooral veel over hun werk tijdens de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal en er mochten officieel geen goederen over de grens worden gebracht. Wie dat toch deed kon flink verdienen of alles kwijtraken, zelfs zijn leven, als hij door commiezen werd gesnapt. In Gramsbergen werden in februari 1917 enkele smokkelaars aangehouden toen ze manufacturen wilden smokkelen. Een maand later werd door een tweetal geprobeerd 40 pond koffie te smokkelen: één werd gepakt, de ander wist Duitsland te bereiken, hoewel er op hem was geschoten. Diezelfde maand wilden smokkelaars koeien de grens overbrengen, wat ook mislukte. En in Kloosterhaar probeerden zes smokkelaars uit Utrecht tevergeefs koffie, thee, zeep, chocolade en vet te smokkelen. Natuurlijk kwamen de geslaagde smokkelpogingen niet in de krant, maar het moeten er vele zijn geweest, gezien de hoge verdiensten door de schaarste in Duitsland.

Nieuwe woning
Voor de commiezen in Venebrugge werd in 1912 een nieuwe woning gebouwd aan de Hoogenweg, ter vervanging van een ouder exemplaar. Nu is het een eengezinswoning, maar oorspronkelijk was hij bedoeld voor twee commiezen met hun gezin. Dat is ook te zien op de foto, een zeldzame afdruk van een glasnegatief uit de collectie Geugies. In het midden van de woning zijn twee buitendeuren zichtbaar.

Commiezen moesten dus vaak verhuizen, maar er waren ook douanebeambten die een langere periode in dit commiezenhuis hebben gewoond. De families Wieringa bijvoorbeeld en Streuer, het gezin van de latere profvoetballer en technisch directeur van FC Twente. Dat waren zo’n beetje de laatste ambtelijke bewoners, want net als op veel andere plekken in ons land kwam dit commiezenhuis na reorganisaties bij de douane leeg te staan. In 1964 werd het gekocht door de VOB-drukkerij in Hardenberg, die het liet verbouwen tot één woning. Inwendig is het pand flink gewijzigd, vooral de benedenverdieping. Verder zijn er dakkapellen geplaatst en is de schuur vervangen. Toch was er voor de gemeenteraad van Hardenberg nog genoeg over van het oorspronkelijke ontwerp om het commiezenhuis aan te merken als gemeentelijk monument.